R.M.R. GOUDART - KEUKENMONTAGES



Etiquette bij het eten.

Broodje links of broodje rechts?
Indien aan een gedekte tafel zowel links als rechts een schaaltje met een broodje is geplaats:
Onthoud de regel: het broodje aan uw linkerkant is dat van u.
Het brood wordt uit de mand genomen, op het bordje gelegd, gebroken en besmeerd. Als er brood en boter bij de maaltijd wordt geserveerd gebruik je het botermesje om de boter op je boter en broodbordje te doen. Breek het brood met je handen, nooit snijden! Besmeer steeds een klein stukje brood met je eigen bestek.

Wat moet u met dat servet?
Het servet leg je in drie stroken gevouwen onzichtbaar op je schoot. Na de maaltijd leg je hem op tafel links naast je bord.
Gebruik het servet voor het nemen van een slok wijn en om nu en dan discreet de mond af te vegen.
Na de maaltijd - of als u de tafel even moet verlaten - legt u het losjes naast het bord, niet op de stoel.

Enkele etiquetteregels:
  1. Als je ergens niet bij kunt, rek dan niet over de tafel maar vraag of iemand het aan wil reiken.
  2. Breng het eten met je vork (lepel in geval van soep) omhoog naar je mond en buig niet je hoofd naar de vork of lepel.
  3. Praat niet met volle mond.
  4. Houd je wijnglas vast aan de steel. Veeg je mond af aan het servet voordat je een slok van je wijn of water drinkt.
  5. Gebruik pas zout of specerijen nadat je het gerecht geproefd hebt.
  6. Als je het eten even onderbreekt leg dan het bestek kruiselings op het bord. De vork met de tanden naar beneden.
  7. Leg als je klaar bent je bestek diagonaal (van links boven naar rechtsonder) op het bord. Het mes aan de buitenkant, de vork aan de binnenkant.

Wijnglas of waterglas?
Glazen plaatst u altijd rechts achter het bord.
Wijnglazen horen van rechts naar links te staan in de volgorde waarin ze bij de maaltijd zullen worden gebruikt.
Het glas voor water staat uiterst links of achter de wijnglazen.

Hoe leg ik dat bestek?
Hieronder is het nog eens juist afgebeeld.

a. Servet
b. Bord t.b.v. het hoofdgerecht
c. Soepkom
d. Brood en boter bordje met mes
e. Waterglas
f. Glas voor witte wijn
g. Glas voor rode wijn
h. Vis-vork
i. Vork t.b.v. het hoofdgerecht
j. Vork t.b.v. salade
k. Mes t.b.v. het hoofdgerecht
l. Vis-mes
m. Soeplepel
n. Desert-lepel en Cake-vork

Altijd van buiten naar binnen, dus naar het bord toe, in de volgorde waarin we ze bij de maaltijd nodig zullen hebben.
Messen en lepels liggen rechts, vorken links van het bord.
Het tafelzilver voor het dessert mag u vlak naast of boven het bord leggen; in dat laatste geval legt u ze van boven naar beneden in de volgorde waarin de gasten ze gaan gebruiken.
Fruitbestek komt pas op tafel met de daarvoor bestemde bordjes.

Wat mag je met je handen eten:
- Brood, eventueel in kleine stukken breken en dan eventueel met boter besmeren.
- Bacon, als er vet aan zit met mes en vork, indien het krokant is kan het met een vork in kleine stukjes worden geprakt en vervolgens met de hand gegeten worden.
- Hapjes, als ze worden geserveerd op een schaal eerst op het bord leggen en dan in de mond.
- Etenswaren die bestemd zijn om met de hand gegeten te worden, zoals mais, spareribs, kreeft, oesters, kippevleugels of poten, sandwiches, fruit, olijven, selderij en koekjes.

Opdienen - afruimen
Borden met gerechten worden aan de linkerkant naast de gast opgediend.
Soep daarentegen wordt van rechts af geserveerd.
Het afruimen en het inschenken van wijn gebeurt altijd aan de rechterkant.

Wijn: wie proeft, wie serveert?
In het restaurant vraagt de ober wie de wijn zal proeven.
Thuis: als de gastheer de wijn ontkurkt, zal hij hem voorproeven en vervolgens de glazen vullen.

GSM's
GSM's, draadloze telefoons, semafoons en laptops kunnen aan tafel bijzonder storend zijn.
In heel wat betere restaurants wordt de klanten trouwens gevraagd ze niet mee in de eetruimte te nemen.
Kunt u toch niet zonder, leg uw elektronische navelstreng dan zeker niet op tafel tussen de borden maar houd hem discreet in een binnenzak, handtas of heupgordel.
Moet u bellen of wordt u opgebeld, sta dan, na een woord van verontschuldiging, meteen op van de tafel en ga uw elektronisch ding discreet in de hal of de zithoek doen.

Help, hoe eet ik dat?

  1. Appels en peren: neem de vrucht vast met de linkerhand, snijd ze in vieren met het fruitmesje, schil de partjes en eet ze dan uit het vuistje.
  2. Asperges: grote asperges prikt u één na één aan hun onderkant aan een vork, u schuift dan met de linkerhand een tweede vork onder de asperge en u brengt hem zo naar de mond. Korte asperges kunt u met één enkele vork opprikken. Als er bij het gerecht kleine servetjes en een vingerkommetje worden geserveerd, dan wikkelt u met uw rechterhand het uiteinde van elke asperge (kort of lang) in een servetje en eet u de groente uit het vuistje, waarbij u wel een vork in de linkerhand als steun kunt gebruiken.
  3. Gevogelte: neen, wat u ook al mag gehoord hebben, het is en blijft niet erg netjes om bouten in de hand te nemen en af te kluiven. Gebruik dus mes en vork, ook al betekent dit dat u wat vlees aan de botjes moet laten.
  4. IJs: weersta aan de verleiding en laat het laatste restje gesmolten ijs in het glas of de coupe. Dus niet schuin houden om de laatste inhoud uit te lepelen (of, erger nog, uit te drinken). Zie ook bij soep.
  5. Kreeft en langoustines: de grote scharen breekt u met een speciaal tangetje (een soort van notenkraker) en die haalt u vervolgens leeg met een kreeftenvorkje. De dunne pootjes en scharen daarentegen mag u gewoon met de vingers afbreken en uitzuigen. Een vingerkommetje is hier onontbeerlijk.
  6. Oesters: nooit uitslurpen! Neem de oester in de ene hand en wrik de zeevrucht in de schaal los met vorkje. Laat de inhoud zachtjes en zonder slurpgeluid in de mond glijden en dep uw vingers schoon in het vingerkommetje.
  7. Pasta: altijd met lepel en vork, nooit een mes gebruiken. Alleen brede pastavormen (lasagne, cannelloni) of gegratineerde pastagerechten eten we met vork, mes en lepel.
  8. Perziken: eerst doormidden snijden met een fruitmesje, dan de pit eruit wippen en vervolgens elke helft op een vork prikken en met de andere hand pellen met behulp van het mesje. De gepelde helften tot slot met mes en vork of uit de hand opeten.
  9. Sinaasappels: eerst snijdt u met het fruitmesje een kapje van de schil, vervolgens maakt u kruiselings op vier plaatsen een insnijding in de schil van boven naar beneden. Trek de vier stukken schil er af met het mesje of met de hand. Tot slot eet u de partjes uit het vuistje.
Soep: nooit koud blazen, natuurlijk, gewoon laten afkoelen. En op het laatst houden we het bord niet schuin, maar laten we het bodempje in het bord.

Aandacht trekken van de ober
Dit dient zo onopvallend mogelijk gebeuren. Het beste is als de heer in het gezelschap probeert de blik te vangen van het bedienend personeel.

Als er iets niet in orde is
Men doet er goed aan dit onder de aandacht te brengen van de ober, maar dan wel zodanig dat niemand anders in het restaurant hier iets van merkt.

Afrekenen
Het afrekenen dient zo discreet mogelijk te gebeuren. Als er meerdere rekeningen moeten worden gemaakt dan is het verstandig dit voor het diner ook aan de ober te zeggen.

Fooi
In Nederland is standaard 15 % bedieningsgeld inbegrepen in de rekening. Toch wordt ook in Nederland meestal wel wat fooi gegeven ± 10% van de rekening. Fooien voor matige bediening zijn absoluut niet nodig.