Het solderen van koperen leidingen en toepassen van knelkoppelingen
Solderen
Hoofdkraan afsluiten en het water aftappen. Het is van belang dat er geen water aanwezig is op de plaats waar men gaat solderen. De temperatuur wordt anders niet hoger dan 100o, waardoor het soldeer zijn smeltgrens niet zal bereiken.
De koperen buis moet haaks worden afgezaagd of worden afgesneden met een pijpensnijder.
De koperen leidingen in- en uitwendig ontbramen.
De uiteinden van de leidingen en binnenkant van de fittingen moeten worden geschuurd en ontvet.
Vloeimiddel aanbrengen in de fitting
De delen in elkaar zetten.
Met de brander op het dikste gedeelte van de fitting richten, tot soldeer temperatuur is bereikt. (De soldeertemperatuur is bereikt wanneer het soldeer gelijk vloeit!)
Laat het soldeer goed doorvloeien, het soldeer moet geheel rondom de fitting vloeien.
Laat de verbindingen afkoelen en reinig dit dan met een natte lap.
Controleer de verbinding, door de hoofdkraan voorzichtig open te draaien!
TIP - zorg voor een goede ventilatie in verband met giftige dampen!
Knelkoppeling

Tegenwoordig worden er steeds meer knelkoppelingen toegepast.
Bepaal eerst de diameter van de leiding.
Over het algemeen wordt er voor koperen leidingen de maten 12mm, 15mm en 22mm toegepast.
Een knelfitting als verbinding tussen twee stukken "koperen pijp" is van messing en nooit van staal.
Hoofdkraan afsluiten en het water aftappen.
In tegenstelling met solderen hoef je de leiding waaraan je gaat werken verder niet leeg te laten lopen.
De pijpen dienen gaaf en schoon te zijn. Schuur ze echter niet schoon.
De leidingen dienen haaks afgesneden te zijn en verwijderd van bramen. (Tip: Gebruik een pijpensnijder)
Schroef de knelkoppeling uit elkaar.
Schuif de moer over de buis en daarna de knelring.
Steek de buis in de knelfitting en draai beide moeren met de hand vast.
Smeer een heel klein beetje zuurvrije vaseline of teflonvet op de schroefdraad van het koppelstuk (dat vergemakkelijkt het draaien en later loshalen) en zet dan de pijpen goed tegen de stootrand (de ‘borst’) in het koppelstuk.
Draai de verbinding zover mogelijk met de hand vast.
Vervolgens neemt u twee steeksleutels.
Met de ene houdt u het koppelstuk goed vast en met de andere draait u om beurten de wartelmoeren goed vast aan.
Draai de wartelmoeren niet al "te" strak aan, want dan kan de verbinding gaan lekken.
Door de moeren aan te trekken, worden de knelringen vervormd en op de pijp geklemd.
Wanneer de knelring is vastgeklemd dan krijgt u deze niet onbeschadigd van de pijp.
TIP - De knelring van de knelkoppeling wordt door de moeren strak om de koperen buis getrokken.
Het kan daarom maar één keer gebruikt worden.
Maak je een knelverbinding later weer los, vervang dan het ringetje door een nieuw exemplaar.